De interne ecologie is direct afhankelijk van de kwaliteit van de geconsumeerde vloeistof. Lange tijd werd gedacht dat voor het behoud van het evenwicht alleen het volgen van een basis drinkpatroon nodig was, zonder te letten op de fysisch-chemische eigenschappen van het water zelf. Modern onderzoek in de biofysica heeft echter aangetoond dat kraanwater of standaard flessenwater vaak vreemd is voor de cellen.
Zodat de vloeistof het celmembraan kan penetreren, voedingsstoffen kan leveren en metabolisch afval kan verwijderen, moeten interne systemen een kolossale hoeveelheid energie besteden aan het veranderen van de structuur, pH-waarde en het oxidatie-reductiepotentieel (ORP). Dit onzichtbare dagelijkse werk leidt tot een verlies aan bronnen en creëert een gevoel van vermoeidheid.
Waar, of "biologisch beschikbaar" water, bezit parameters die zo dicht mogelijk bij de eigenschappen van de intercellulaire vloeistof liggen. Het wordt onmiddellijk geabsorbeerd, zonder extra energie-uitgaven te vereisen, en dient als het perfecte transportmiddel voor het onderhouden van alle metabolische processen.
